lustrumfeest
  • Nederlands
  • English

Geschiedenis


De Rijksuniversiteit Groningen bestaat in 2014 400 jaar. Na de Universiteit Leiden is Groningen de oudste universiteit van Nederland. Sinds 1614 heeft de RUG een rijke academische traditie opgebouwd en veel bijzondere personen in haar gemeenschap gehad, onder wie een Nobelprijswinnaar, de eerste vrouwelijke student en de eerste vrouwelijke lector in Nederland, de eerste Nederlandse ruimtevaarder, en de eerste president van de Europese bank.

In 1614 stichten de Staten van Stad en Ommelanden een universiteit. De universiteit begint met zes hoogleraren voor de faculteiten theologie, rechten, geneeskunde en de vrije kunsten. Eerste rector magnificus is Ubbo Emmius (1547-1626). De nieuwe ‘illustre school’ wordt gehuisvest in de leegstaande kloostergebouwen aan de Broerstraat en ontwikkelt zich voorspoedig. Zij weet beroemde geleerden aan zich te binden. Met als gevolg dat veel buitenlandse studenten naar Groningen komen, het merendeel afkomstig uit de Duitse grensgebieden. Van de in totaal 12.000 studenten in de 17de en 18de eeuw is een derde deel van buitenlandse afkomst.

Oorlogen en politieke twisten tussen Stad en Ommelanden leiden ertoe dat de universiteit aan het eind van de 17de eeuw een periode van verval doormaakt. In de tweede helft van de 18de eeuw volgt herstel en nemen de studentenaantallen toe. In de Franse tijd blijft de universiteit bestaan en is enige tijd een ‘keizerlijke’ universiteit. In 1815 volgt een nieuwe status als Rijkshogeschool, samen met Leiden en Utrecht. Erg stevig is deze positie niet, de regering in Den Haag bezuinigt en opheffing dreigt. De situatie verbetert ingrijpend met de bouw van een groter en ruimer Academiegebouw op het Broerplein in 1850.

Een nog groter positieve invloed heeft de Wet op het Hoger Onderwijs in 1876. Op de hogeschool, die voortaan Rijksuniversiteit heet, wordt het Latijn als voertaal afgeschaft en bij de onderwijstaak komt de taak onderzoek te verrichten. Het aantal vakgebieden wordt uitgebreid met onder meer de moderne talen en er zijn investeringen in faciliteiten en de bouw van onderzoekslaboratoria. Een stevige domper op deze ontwikkelingen is de verwoesting door een brand van het Academiegebouw in 1906

Van deze tegenslag herstelt de universiteit zich snel. In 1909 kan een nieuw Academiegebouw feestelijk worden geopend. Vijf jaar later is dit gebouw het middelpunt van een grootse viering van het 300-jarig bestaan. Sindsdien, met uitzondering van de periode voorafgaand en gedurende de Tweede Wereldoorlog, groeit de universiteit van iets meer dan 600 studenten in 1914 naar meer dan 28.000 studenten. En de groei is er nog niet uit. Bij het 400-jarig bestaan zullen er naar verwachting meer dan 30.000 studenten zijn, van wie 5.000 van buitenlandse herkomst.